Kenakken op de knuppemutter

“Waarom heb jij het steeds over kenakken als je Draw Something speelt?” vroeg mijn zoon laatst.
“Omdat je broertje dat, toen hij klein was, zei als hij tekenen bedoelde”, antwoordde ik en boog me weer over mijn iPad.
Hij keek me niet-begrijpend aan.
“We vonden dat een leuk woord en dus hebben we het erin gehouden”, legde ik uit.
Hij trok een raar gezicht en schokschouderde even voordat hij zich omdraaide en de kamer uitliep.
Ik keek hem onthutst na. Daar ging de grote vent die ons jaren geleden verblijdde met autoschoenen  en tietenshirt. Zou hij het echt niet begrijpen?

Voor die enkeling die het nog niet wist, wil ik het hier best nog een keer zeggen: ik houd van taal. Nee, dat is een understatement: ik ben gek op taal. En ik houd evenredig veel van taalkunstenaars. Mensen die creatief met taal omgaan, die de taal in dienst stellen van hun verbale uitingen.  Soms is die taal niet helemaal toereikend en dan moet je zelf aan de slag. Van dat soort creativiteit, daar kan ik ongekend vrolijk van worden. En kinderen blijken daar van nature bijzonder goed in.

Helemaal eerlijk is het niet, dat geef ik toe. Kinderen worden in de regel niet geboren als taalkunstenaars. Het is meer hun gebrek aan taalkennis en -ervaring in combinatie met hun onbevangenheid die hen ertoe drijft de gaten in hun vocabulaire zelf maar te dichten. Evenzogoed zijn sommige van die vondsten ronduit de moeite waard. Neem nou de eerder genoemde voorbeelden. “Mam, heb jij een nieuw tietenshirt?” vroeg mijn zoon toen hij een jaar of vijf was. En inderdaad het shirt was nieuw en ik ben gezegend met een royale bos hout voor de deur. Vat u ‘m? Autoschoenen ontstond toen bij hem het juiste woord voor rolschaatsen ontbrak en hij ze toch graag voor zijn verjaardag wilde. Het heeft even geduurd voordat ik in de gaten had wat hij bedoelde, maar sindsdien verdient het woord een ereplaatsje in ons idioom. Net als bakkes koffie, vliegennepper en doorzichtbaar, een twijfelgevalletje tussen doorzichtig of onzichtbaar. Of betereren, een combinatie van repareren en verbeteren. Subtiel, maar doeltreffend.

En dan zijn er nog de woorden die ontstaan omdat het origineel simpelweg te moeilijk is voor de categorie van pakweg twee- tot zesjarigen. Knuppemutter bijvoorbeeld. Betekent computer. Veel leuker toch? Of miniminimumfolie, bamieknoei – of barbieknoei – niesnas en mienaasjememikkenis, vroeger de favoriete avondprak van mijn oudste zoon – spinazie met vissticks – en vanwege de fijne combinatie voor hem één woord. Dat soort dingen wil je toch in ere houden? En als een vijfjarige minidiva je merrie kriskras wenst, wil je toch nooit meer anders?

Om even terug te komen op dat kenakken: ik vond tekenen altijd al een ontoereikend woord. Als ik in Van Dale kijk, vind ik al vier verschillende betekenissen. De activiteit waarbij je dus pen, potlood of stift ter hand neemt en iets al dan niet figuratiefs op papier vastlegt, heeft dus niet eens een eigen woord in de Nederlandse taal. Daar heeft een van onze nazaten een jaar of tien geleden een oplossing voor bedacht: kenakken. Sindsdien zijn wij nooit meer in de war.

En daarom is onze vocabulaire dus nog steeds doorspekt met zulk soort kindervondsten. Om te bewaren voor het nageslacht, zeg maar. Ter leringh ende vermaeck. En – waarom niet? – ter aenvullingh van de Van Daele.

Zo, en wilt u dan nu zo vriendelijk zijn om me even toe te voegen in Draw Something? Kunnen we lekker een potje kenakken.

 

Deze column verscheen eerder op www.fok.nl.

 

U kunt geen reactie plaatsen.