Kenakken op de knuppemutter

“Waarom zeg jij eigenlijk kenakken?” vroeg mijn zoon terwijl ik zat te stoeien met het tekentablet dat tot gisteren al jaren op de zolder geparkeerd stond.
“Omdat je broertje dat toen hij klein was altijd zei als hij tekenen bedoelde”, antwoordde ik.
Ik kreeg de ‘ja, en?’-blik retour.
“We vonden dat een leuk woord en daarom hebben we het erin gehouden”, legde ik uit.
Hij trok zijn mondhoeken in afkeuring naar beneden en schokschouderde de kamer uit, de vent die ons jaren geleden verblijdde met autoschoenen. Rolschaatsen. Het duurde even voordat ik die doorhad. Intussen vroeg ik me af of hij zich realiseert dat we zijn vondsten ook nog steeds in ere houden.

Voor die enkeling die het nog niet wist, wil ik het hier best nog een keer zeggen: ik houd van taal. Nee, dat is een understatement: ik ben gek op taal. En ik houd evenredig veel van taalkunstenaars. Mensen die creatief met taal omgaan, die de taal in dienst stellen van hun verbale uitingen. Soms is die taal niet toereikend en dan moet je zelf aan de slag. Van dat soort creativiteit, daar kan ik ongekend vrolijk van worden. En kinderen blijken daar van nature bijzonder goed in.

Oké, ik weet ook wel dat kinderen in de regel niet geboren worden als taalkunstenaars. Dat het meer hun gebrek aan taalkennis en -ervaring in combinatie met hun onbevangenheid is die hen ertoe drijft de gaten in hun vocabulaire zelf maar te dichten. Evenzogoed zijn sommige van die vondsten op z’n minst de moeite waard van het onthouden waard. Wij drinken nog steeds een bakkes koffie, vieren de nijlpaarden in ons leven en bestrijden ongedierte met de vliegennepper.

En dan hebben we nog de categorie woorden waar de gemiddelde twee- tot zesjarige zijn of haar tong over breekt. Zo wordt computer knuppemutter, barbecue barbieknoei en aluminiumfolie miniminumfolie. Niet echt eenvoudiger, wel bijna goed. Het kan ook met een hele zin. Mienaasjememikkenis, vroeger de favoriete avondprak van mijn oudste zoon – spinazie met vissticks – en vanwege de fijne combinatie voor hem één woord. Ook de verhaspeling van een vijfjarige minidiva – merrie kriskras – heeft zich stevig genesteld in ons idioom. Worden we blijer van dan van Vrolijk Kerstfeest.

Om even terug te komen op dat kenakken: ik vond tekenen altijd al een ontoereikend woord. Als ik in Van Dale kijk, vind ik al vier verschillende betekenissen. De activiteit waarbij je pen, potlood of stift ter hand neemt en iets al dan niet figuratiefs op papier vastlegt, heeft dus niet eens een eigen woord in de Nederlandse taal. Daar heeft een van onze nazaten een jaar of vijftien geleden een oplossing voor bedacht: kenakken. Sindsdien zijn wij nooit meer in de war.

En daarom is onze vocabulaire dus nog steeds doorspekt met zulk soort kindervondsten. Om te bewaren voor het nageslacht, zeg maar. Ter leringh ende vermaeck. En – waarom niet? – ter aenvullingh van de Van Daele.

Zo, en als je me nu dan wilt excuseren, dan ga ik weer verder met kenakken op de knuppemutter.

U kunt geen reactie plaatsen.